|
In de sociale zekerheid moeten de historisch gegroeide instellingen worden hervormd. Het spreekt voor zich dat bepaalde fusieoperaties of andere ingrepen doorgevoerd door mensen met grote kennis van werking van organisaties, heel wat besparingen zou opleveren die de sociaal gerechtigde ten goede komen. Heel ons SZ-stelsel draagt de sporen van verzuiling en een overmatige bureaucratie. Geld, dat de belastingbetaler meent te besteden aan sociale bescherming van zijn medeburgers, komt dus niet terecht waar het hoort, namelijk bij het SZ-apparaat zelf.
Er zijn zeven federale ministers, twee federale overheidsdiensten en meer dan twintig instellingen bij de sociale zekerheid betrokken, sommige openbaar, sommige gesubsidieerde privé-instellingen.
Er is de RSZ voor werknemers, de RSVZ voor zelfstandigen met 14 sociale zekerheidsfondsen. Er is nog een kasje voor de zeevarenden en eentje voor personen die buiten de EER actief zijn (DOSZ). Federale ambtenaren en gewestelijke ambtenaren hebben geen eigen instelling, de lokale ambtenaren wel, de RSZ-PPO, maar die is ook voor de administratie rond de 50% contractueel overheidspersoneel verantwoordelijk. In diezelfde RSZ-PPO wordt de kinderbijslag beheerd en uitbetaald en zijn er vijf verschillende pensioenstelsels te managen.
Binnen het RIZIV zijn er een veelheid aan commissies, raden, besturen, stuurgroepen en dergelijke actief. Elk heeft zijn zegje, elk wordt vergoed. Er zijn tientallen lokale privé-ziekenfondsen die zijn ondergebracht in vijf landsbonden.
De RKW (kinderbijslag) controleert 24 privébijslagfondsen (er zijn er 28, de kleinste staat in voor de fondsen aan een 670-tal kinderen, het grootste voor meer dan 280.000), het Fonds voor Arbeidsongevallen 17 verzekeringsmaatschappijen. Er zijn 13 vakantiefondsen. De sociale bijstand is dan weer de verantwoordelijkheid van de OCMW’s.
De vakbonden ontvingen in 2005 tegemoetkomingen in hun administratiekosten ten belope van 138 miljoen euro, de mutualiteiten in 2004 864 miljoen euro, terwijl alle Belgische huisartsen samen in 2003 666 miljoen euro verdienden! De helft daarvan moeten de huisartsen dan nog terugstorten aan de fiscus.
In een tijd waar iedereen een bankrekening heeft of kan hebben, kan de terugbetaling van ziektekosten en uitbetaling van stempelgeld perfect via de bestaande kruispuntbank van de sociale zekerheid geautomatiseerd worden en door de overheid zelf betaald net zoals in Denemarken.
|