|
Het eerste doel van de sociale vlaktaks is niet zozeer mensen minder belastingen doen betalen (al willen we dat natuurlijk ook realiseren), maar de belastinginning te vereenvoudigen.
De inkomstenbelasting is in die mate complex dat de inning alleen minstens 3 à 10% (afhangend van de soort) opslorpt van wat er geïnd wordt. België staat op de 117ste plaats van 119 landen, voor wat betreft de efficiëntie van haar belastingsdiensten!!! De reden: de zeven tarieven in de personenbelasting en een systeem van scheefgegroeide aftrekmogelijkheden in de inkomstenbelastingen in het algemeen.
In Hong Kong zijn er slechts 2.300 ambtenaren nodig voor het innen van de belastingen. In België worden er 6.000 fiscale ambtenaren gebruikt enkel en alleen voor het overtikken van de aangiftes. Hongkong heeft dan ook een vlaktaks van 16%.
Een sociale vlaktaks van 30% vereenvoudigt de inning waardoor efficiëntiewinsten geboekt kunnen worden.
In principe zijn er in dergelijk systeem geen aftrekposten meer. Kunnen wel nog in mindering van het inkomen worden gebracht:
sociale bijdragen betaald door werknemers;
alimentatiegeld: dit is zoals het uitbetalen van een loon;
werkelijke beroepskosten van niet-loontrekkenden (zelfstandigen).
Een zuivere vlaktaks wordt door sommige partijen asociaal genoemd. Het zou niet billijk zijn dat iemand die 10.000 euro per jaar verdient 3.000 euro belastingen betaalt, terwijl iemand die 100.000 euro per jaar verdient 30.000 euro aan belastingen betaalt.
Dit heeft vooral te maken omdat deze partijen de inkomensverschillen zo klein mogelijk willen houden.
Wij zijn van mening dat de overheid niet moet zorgen voor zo klein mogelijke inkomensverschillen, maar wel de armoede moet bestrijden en tezelfdertijd mensen respecteren die in staat zijn een hoog inkomen te genereren.
Daarom willen wij een “sociale vlaktaks” invoeren.
Wij doen dit door het voorzien in een “degressief belastingvrij gedeelte”: hoe hoger het inkomen, des te lager het gedeelte van het inkomen waarop geen belastingen wordt betaald. Op die manier betalen de lagere inkomens zelfs helemaal geen belastingen, maar betalen de hogere inkomens nooit meer dan 30%.
Biedt dit voldoende inkomsten. Rekening houdend met de beperking van het overheidsbeslag tot 40%, het groter belang van de indirecte fiscaliteit en toch nog een gedeelte arbeidsbelasting (economische en sociale bijdragen), dan is 30% (op basis van berekeningen van de K.U.L.) in alle geval voldoende.
Vergeten we trouwens niet dat lagere overheden ook nog opcentiemen kunnen heffen. Dit alles is mogelijk, zolang het totale overheidsbeslag niet boven de 40% uitkomt.
Voor alle duidelijkheid: het overheidsbeslag van 40% betekent niet dat de overheid 40% op het inkomen belast. Deze belasting is beperkt tot 30% (plus eventuele lokale opcentiemen) door de sociale vlaktaks. De belasting op inkomen is immers maar één bron van financiering van de overheid. Er is ook de BTW, de accijnzen, de parafiscaliteit. Al deze bronnen samen mogen dus niet meer dan 4/10de van het BBP aan overheidsmiddelen opleveren.
|
|