|
LDD kiest radicaal voor een andere manier van financiering van de overheid. Dit kan niet los gezien worden van een grondwettelijke beperking van het overheidsbeslag om de gunstige effecten op economie en werkgelegenheid te vrijwaren.
LDD wil het overheidsbeslag grondwettelijk beperken tot 40%. In een later stadium kan dit nog veel sterker dalen, terwijl de overheid toch de nuttige rol zal kunnen spelen die men in een moderne samenleving van deze overheid kan verwachten.
Hoe komen we tot 40% aan overheidsbeslag? We moeten komen naar het niveau van 40% via een geleidelijk proces over vier à vijf jaar.
Bevriezing van het ontvangstenniveau op dat van 2007
Zo moet het ontvangstenniveau van 2007 vanaf 2008 worden bevroren tot dat niveau overeenkomt met 40% van het BBP. Dat zou in 2010 zijn.
Het BBP gaat in principe jaar na jaar omhoog, dat is de economische groei: stel dat het BBP vandaag 300 miljard euro bedraagt, dan is 150 miljard euro belastingen gelijk aan een overheidsbeslag van 50%. Bedraagt het BBP binnen enkele jaren 375 miljard euro, dan staat die 150 miljard euro nog voor 40%.
Door de bevriezing van het niveau aan ontvangsten is de overheid verplicht beleidsruimte te zoeken in een verhoging van haar “overheidsefficiëntie” (haar doelstellingen bereiken met het minimum aan noodzakelijke middelen).
Overheidsefficiëntie
De Europese Centrale Bank toonde aan dat de Belgische overheid met 66% van de middelen (van het belastingsgeld, het overheidsbeslag) dezelfde prestaties kan leveren.
Overheidskerntaken
Voor LDD moet de overheid zich daarenboven nog beperken tot haar overheidskerntaken, waardoor het nodige met nog veel minder middelen kan. Er is dus sprake van onaanvaardbare verspilling van belastingsgeld.
Daling van de parafiscaliteit: de economische bijdrage
De structuur van de parafiscale last voor werkgevers moet wel totaal wijzigen. Vandaag financiert de “sociale bijdrage” (van werknemers enerzijds, maar vooral van werkgevers anderzijds) voor ongeveer 75% de ganse sociale zekerheid. Dit is onhoudbaar. Wij schuiven de ecomische bijdrage naar voor, aangevuld door zeer beperkte sociale bijdragen ten laste van werknemers (als premie voor arbeidsverzekeringen zoals tegen riscio’s inzake werkloosheid, arbeidsongevallen en beroepsziekten) en van werkgevers (als stimulans om maximaal bij te dragen tot de verlaging van de werkloosheidsgraad – minder werklozen – en het verhogen van de werkzaamheidsgraad – meer mensen aan het werk).
De hoogte van de parafiscale last moet hierbij in alle geval naar omlaag. Het consultancybureau McKinsey heeft berekend dat een daling van de werkgeversbijdragen aan de SZ met 44% tot 400.000 nieuwe jobs zou opleveren. In het LDD-programma gaan we veel verder. In BBP-termen voorzien we een daling met 60% (van 14% van het BBP naar 5, maximaal 6% van het BBP).
Eén van de gevolgen van het verlagen van deze parafiscaliteit is dat ook de personeelskosten van de overheid in grote mate verminderen. Als die met 60% dalen, besparen we al meer dan 2 miljard euro op het overheidsbudget. Zo zijn we al een eind op weg naar ons eerste doel, de 40%.
“Europeaniseren” van bepaalde uitgavenposten
Een aantal uitgavenposten moeten naar een “normaal Europees” niveau, zoals de uitgaven in de werkloosheid. De uitgaven in ons land liggen veel hoger dan in de andere EU-landen. We slaan twee vliegen in één klap: de werkloosheidsuitkeringen die onbeperkt zijn in de tijd scheppen mee een werkloosheidsval waardoor het voor vele werklozen financieel niet interessant is om te gaan werken. Het terugbrengen van de uitgaven naar een Europees niveau houdt de hervorming van het stelsel in. Wij opteren om het Nederlandse stelsel in te voeren waarin de uitkeringen beperkt zijn tot 38 maanden.
Demonopoliseren van het openbaar vervoer
Het openbaar vervoer moet gedemonopoliseerd worden, d.w.z. dat de markt ook voor private aanbieders moet open staan. Dit kan belangrijke besparingen opleveren in de overdrachten naar NMBS, De Lijn, enz.
Maatregelen in de uitgaven voor volksgezondheid
Er zijn maatregelen mogelijk om het uitgavenniveau in gezondheidszorgen met minstens 1,5 miljard euro per jaar te verlagen zonder de kwaliteit van ons gezondheidssysteem (inclusief tegemoetkomingen) te verminderen.
Verschuivingen naar indirecte fiscaliteit
Het belang van de indirecte fiscaliteit moet verhogen.
Door de beperking van het overheidsbeslag mag het aandeel van de directe belastingen niet of nauwelijks stijgen. De gezinnen moeten in alle geval over een zelfde of hoger beschikbaar inkomen beschikken. Dit kan door de beperking van het overheidsbeslag en de verhoging van de koopkracht (door lagere parafiscaliteit).
Het volledig verschuiven van directe fiscaliteit naar indirecte fiscaliteit is vandaag nog niet mogelijk. Er moeten hieromtrent afspraken op Europees niveau getroffen worden. We behouden dus directe fiscaliteit (sociale vlaktaks, vennootschapsbelasting van 19%) en parafiscaliteit (beperkte sociale bijdragen en een economische bijdrage).
Het liefst van al zouden we de parafiscale lasten voor werkgevers zien verdwijnen. Arbeid belasten is immers in wezen pervers. Arbeid is de voornaamste bron van economische groei.
Maar ook dit is niet mogelijk zolang de indirecte fiscaliteit voldoende kan zorgen voor de overheidsontvangsten, zelfs als die zoals LDD wil, sterk worden beperkt.
|
|