|
België is niet echt een toonbeeld van economische vrijheid. Volgens internationale studies zijn vijftien Europese staten economisch vrijere landen. Te veel beroepen kennen nog te veel overbodige reglementering waardoor de stap naar het ondernemerschap wordt bemoeilijkt.
De vestigingswetgeving moet tot een strikt minimum worden beperkt en waar nodig gericht zijn op bewijs van kennis van aspecten van veiligheid en volksgezondheid en beroepsbekwaamheid. De man of vrouw die zijn job niet kent wordt immers spontaan uit de markt verdreven.
Dit is geen bijkomstigheid. De mate aan economische vrijheid bepaalt de concurrentiekracht van een land. Sinds 2000 is onze concurrentiekracht met zeven procent gedaald. Dit verhoogt het delocalisatierisico en delocaliserende bedrijven laten werklozen achter. Er is ook de onzichtbare delocalisatie. Omdat het zo moeilijk is om een onderneming op te starten beslissen talrijke potentiële investeerders om dat niet hier, maar elders te doen.
Economische vrijheid behoort tot de fundamentele vrijheden in een democratische rechtstaat. In Zwitserland is de bescherming van de economische vrijheid uitdrukkelijk in de grondwet opgenomen. Dit biedt grote rechtszekerheid aan mensen die een gooi naar het ondernemerschap overwegen. Hetzelfde geldt voor investeerders die ons land omwille van zijn interessante ligging, goed uitgebouwd verkeersnetwerk en hoogproductief personeel wel zien zitten.
Wij willen de bescherming van de economische vrijheid daarom net als in Zwitserland in de grondwet laten opnemen. Het gevolg is dat de vrijheid van handel en ondernemen onbeperkt is toegelaten voor zover er geen wet wordt aangenomen die beperkingen oplegt. Dergelijke wet moet dan steeds duidelijk gemotiveerd zijn vanuit de zorg voor het algemeen belang, niet om een corporatische groepering te plezieren. Het Arbitragehof is dan bevoegd om de grondwettelijkheid van dergelijke wetten te toetsen.
Een belangrijke stap bij het tot stand brengen van meer economische vrijheid is de afbouw van de regeldruk. De afbouw van de regeldruk is nog iets anders dan het vereenvoudigen van de adminstratieve rompslomp. Het gaan om de vele wetten en reglementen die de economie verstikken en geen enkele toegevoegde waarde hebben.
De bestaande wet- en regelgeving moet drastisch worden vereenvoudigd met oog op de maximale ontplooiing van de bedrijfsactiviteit en met voldoende zorg voor kwaliteit, veiligheid en gezondheid.
Nieuwe reglementering mag pas aangenomen worden als de economisch meetbare baten van de invoering de kosten overtreffen. Regelgeving die meer schaadt dan baat voor de samenleving wordt dus geweerd. In alle geval moet in de economische wetgeving telkens een “zonsondergangsclausule” worden opgenomen. Wetten of decreten, die gestemd zijn maar niet uitgevoerd worden binnen een periode van vijf jaar moeten automatisch opgeheven worden.
|
|